Eric Claus was een ambachtelijke meester. Steeds op een creatieve wijze op zoek naar vormen die de gebeeldhouwde recht zouden doen. Hij verdiepte zich in de ander: "Vertel mij meer over hem/haar", "Ik moet Levinas begrijpen om waar hij voor stond te kunnen verbeelden"
Hij bleek een grote fascinatie voor de Frans-joodse filosoof Emmanuel Levinas te hebben.
In "Eenentwintig filosofen van de twintigste eeuw verbeeld" staat naast de schetsen en de foto's van penning en beeld, de volgende tekst:
"Het is geen zelfverzekerde glorieuze man, Levinas. Daarvoor heeft hij als jood teveel meegemaakt. Hij is zich sterk bewust van de problemen tussen mensen die genieten en wonen in een eigen verabsoluteerde wereld. In deze totaliteit van de ik-wereld wordt alles naar eigen believen ingepast, ook de andere mensen. Dat is evenzeer het geval bij de filosofen. Het soevereine Ego maakt een zijnsleer van het Zelf en Hetzelfde door de ander van zijn alteriteit te ontdoen. Dat is de situatie van absolute macht over de ander, de afwezigheid van ethiek.
Soms verschijnt de Ander. Dan is er ineens een doorbraak van de grenzen van de totaliteit. Dat kan plaatsvinden als mijn macht geen weerstand ondervindt in het gelaat van de ander. De dimensie van Oneindigheid verschijnt en ik verlies mijn greep. De transcendente Ander verschijnt als een Vreemde, die mijn thuiszijn bij mezelf in verwarring brengt. Hij onderwijst mij als Meester vanuit een hoge positie. Hij stelt de wet 'gij zult niet doden' en stelt mij verantwoordelijk voor zijn ellende, voordat ik dit op bewuste wijze kan verwerken. Mijn bewustzijn verliest zijn eerste positie. Er is een oorspronkelijke verantwoordelijkheid, die niet is te thematiseren. Ik ben accusatief en geen nominatief Ik ben verantwoordelijk vóórafgaande aan het vinden van mijzelf. Zo ben ik gijzelaar van de Ander en heb ik in te staan voor hem: ik ben zijn plaatsvervanger. Deze niet overdraagbare verantwoordelijkheid is mijn enige identiteit. De ethiek gaat vooraf aan het denken over het ik en het zijn.
Het verschijnen van de Ander is voorondersteld bij elke morele daad en zelfs bij beleefdheden zoals een deur voor een ander opendoen. Meestal is men zich het niet bewust, maar in allerlei alledaagse situaties is de ander als Ander aanwezig. Dat geldt ook voor de ervaring van de wereld als een objectieve werkelijkheid. De Ander biedt mij in zijn spreken een wereld aan, die daardoor objectief wordt. De Ander bevestigt ook mij in mijn niet-overdraagbare verantwoordelijkheid, vóór enige activiteit van mijn kant. De Ander is hier de voorwaarde van mijn oorspronkelijke identiteit.
De Ander wekt in mij het Verlangen voorbij het ego gericht op de Ander. Daarin manifesteert zich het Oneindige, zonder dat dit het Verlangen ooit vervult. Daarin wordt de ander als Ander ontvangen. De deur naar de ander gaat open. Zo ontstaat gemeenschap tussen mij en de ander, want de Ander is de Derde Persoon die rechtvaardigheid vraagt. Zo ontspringt broederschap als verantwoordelijk-zijn voor elkaar."
Einde citaat.
Toen we in de jaren daarna weer contact met Eric Claus hadden was hij verguld dat we een kleinere versie van het grotere beeld hadden uitgekozen voor de Levinas De kleine goedheid Zorgprijs.
Enkele citaten uit onze gesprekken:
"Levinas stimuleert mij me te verdiepen in de Ander. En dat is moeilijk zat, want niet het eerste beeld telt, we moeten ons meer in de ander verdiepen, dan ontdek je dat die ander zoveel meer diepere lagen heeft".
"Als ik iemand wil verbeelden, probeer ik het gelaat van de Ander te zien"
"De mens is het enige wezen dat een deur voor een ander kan openhouden".
"Ja die trap op, moe en kwetsbaar, toch die trap op, op zoek naar ontmoeting en verbinding. Maar die mens daarboven mag zich nooit verheven voelen boven de ander!"
Hij kon met groot plezier en verlangen spreken over wat vooraf ging aan het maken van de beelden. De laatste jaren leefde hij tussen zijn beelden. Werd steeds kwetsbaarder, maar zijn ogen bleven helder, turend en peinzend.
"Een man om van te houden."
Meer informatie ga naar: