Het wezenlijke van de zorg, door Dirk de Wachter
Na de uitreiking van de Levinas Zorg Prijs volgde in het kader van de Levinas Lezing een goedmoedig interview van de ervaren en kundige Lex Bohlmeijer columnist en raddiopresentator met psychiater en filosoof Dirk de Wachter. De Wachter sprak nu ook over zijn eigen ervaringen toen hijin de afgelopen jaren zelf een zorgvrager werd
Als dokter zijn wij opgeleid om mensen in moeilijke situaties bij te staan, ze te gidsen en een helpende hand te bieden. Maar wat als het noodlot bij onszelf toeslaat? Hoe vind je troost in moeilijke situaties? En waar kunnen we terecht? Nadat De Wachter zelf te maken kreeg met een levensbedreigende ziekte, werd hij zelf ineens patiënt en werd hem eens te meer duidelijkheid dat ‘kleine goedheid’ in zorg ongelofelijk belangrijk is.
“Het gaat goed, maar het blijft spannend.” Zijn filosofische blik is niet veranderd, maar zijn persoonlijke ervaring heeft die verdiept. “Ik heb nu zelf meegemaakt hoe erg die nachtmerrie is.“ Een psychose door medicijnen maakte hij mee. Tot "genoegen" van zijn patiënten die zijn ervaringen daarover lazen: "Nu weet je zelf hoe het is."
De Wachter kon de vele hulp die hij kreeg goed ontvangen. “Wat dat betreft leven we in een goede wereld. Ik kon geholpen worden door de medische voortgang. Maar ongelooflijk belangrijk is hoe het zorgpersoneel met je omgaat. Zo wezenlijk. Dat geeft moed.”
De Wachter benadrukt de kracht van kleine gebaren. “De aanraking maakt het echt. Af en toe was ik in de war en hallucinatoir. De aanraking van de zorgende bracht mij terug.” Hij verwees naar Levinas’ la caresse. Ook de blik is essentieel: “Iemand die je aankijkt… Ik zie u.”
Een ontroerend moment beschrijft hij als volgt: “Na een nacht zonder slaap, was ik, normaal een goede slaper, in paniek. De poetsvrouw kwam als eerste die morgen zijn ziekenhuiskamer binnen. Ik vroeg haar met mij te praten Ze kwam uit Tibet en vertelde mij haar vluchtverhaal. Dit contact ‘ bemenste’ mij weer. Het, nee zij bracht mij kalmte."
De Wachter spreekt over de asymmetrie van de zorgrelatie. “De arts kijkt ‘neer,’ De patiënt kijkt op. Maar goede zorg vraagt: wat kunt u nog? Wat doet u nog? We gaan samen zoeken.” Hij waarschuwde: “Niet te veel overnemen. Niet krachten uithollen.” We moeten niet neerkijken: "Ach wat bent u zielig, en zo. Nee we moeten ons verwonderen en de Ander bewonderen, bevestigen in haar of zijn moed.
"Nieuwsgierigheid in de goede zin van verwondering en bewondering en vriendelijkheid is een betere motor van zorg dan compassie".
“Hoop is niet: het komt in orde. Hoop is: ik ben er voor u. In (palliatieve) zorg is dat essentieel. “De goede zorg geeft niet op. Ze blijft nabij, ook voorbij de dood. L’espoir sans l’espérance. Hoop zonder 'hoperigheid'. Hoop zonder verwachtingen".
"Er bestaat geen cursus in kleine goedheid. Ze verdraagt geen spotlights. Ze zit in het dagelijkse, het doodgewone. Uiteindelijk blijft er het mysterie van de ander”.
De lezing is terug te horen in deze PODCAST.